Jeroen Hoep gooide op zijn 20e zijn anker uit in Bruinisse om er vervolgens nooit meer weg te gaan. Hij en zijn gezin zijn verknocht aan het vissersdorpje aan de rand van Schouwen-Duiveland. Volgens eigen zeggen zou hij nooit meer ergens anders kunnen aarden. Ondanks dat hij er niet is geboren voelt het wel of hij daar aan de Oosterschelde groot geworden is. Zijn succes? Dat dankt hij mede aan de gunfactor die hij van zijn dorpsgenoten ontving. 

Jeroen Hoep
Jeroen Hoep, mede eigenaar van Geronimo Leatherworks belandde eigenlijk bij toeval in Bruinisse. Hij begon met vakantiewerk, bij vrienden van zijn ouders, bij groepsaccommodatie de Stoofpolder. Toen café Petit failliet ging, nam Jeroen de tent over. Best een gedurfde zet voor iemand die niet geboren en getogen was in het dorp. Maar de buutendieker kreeg het vertrouwen van het dorp en was daarmee de jongste kastelein van Nederland. Bij café Petit bleef het niet. Vanwege zijn ondernemersdrift nam Jeroen al snel zitting in het bestuur van de lokale VVV, de middenstandvereniging en ging hij zelfs voetballen bij het 1e van Bru. Na de komst van de kinderen wilde Jeroen iets anders, Geronimo kwam per toeval op zijn pad. Petit bleef in zijn bezit en Jeroen bleef op het toneel in Bruinisse. Hij was betrokken bij het opzetten van festiviteiten als de in- en uittocht van Sinterklaas, dacht aan de zijlijn mee over het masterplan Bruinisse en de invulling van de Visserijdagen etc..

De afgelopen jaren investeerde Jeroen veel in het dorp, ditmaal misschien iets meer achter de schermen. ‘’Ik voelde mijzelf de afgelopen 7 jaar vooral projectontwikkelaar in plaats van mede-eigenaar van Geronimo. Het begon met de verplaatsing van de Bruse Boys, als voorzitter van de stichting Veldsport Bru (SVB). Vervolgens wilde onze dochter een bed en breakfast beginnen. dat idee groeide een beetje uit de klauwen tot Hotel Bru. Daarna kreeg Petit, een flinke opknapbeurt. Het café kreeg een ware metamorfose en veranderde in een prachtige bar & kitchen restaurant waar onze zoon mede eigenaar/chef kok is. Onze woning in het centrum van Bru is voorlopig het laatste grote bouwproject. Tussen al deze grote projecten zat ook nog een tussendoortje, want het oude verenigingsgebouw van de kerk werd opgeknapt om mijn verzameling oude auto’s te stallen. Ik ben een idealist en een doorzetter, maar ik vind het bovenal ook fijn dat ik de gemeenschap iets terug kan geven. Tenslotte heb ik als buutendieker de kansen die op mijn pad zijn gekomen ook mede aan de inwoners van Bru te danken.’’

‘’Ik ben er  trots op dat een gedeelte van het centrum van Bru een beetje opgepoetst is, dat was nodig. Deze ontwikkeling moeten we vasthouden. In de plannen voor het gezondheidscentrum en AH, Etos en Gall & Gall  heb ik alle vertrouwen. Het winkelpandenbestand groeit de komende jaren flink. Het zal een uitdaging zijn om daarvoor een passende invulling te vinden, tenslotte zijn wij geen Zierikzee of Renesse. Het is een gemiste kans van de gemeente om het voormalig Duivelands Meubelhuis aan de Poststraat/Schoolstraat in het verleden een aantal winkels te ontwikkelen. Die hadden natuurlijk in de Nieuwstraat moeten zitten, zoals in het Masterplan was voorzien. Ik hoop ook dat er snel invulling aan de voormalige kevergarage gegeven gaat worden, als dat pand niet meegenomen wordt, houden we een rotte plek in het centrum. Verder zie ik dat het lastig is om mensen bereid te vinden activiteiten te organiseren in het dorp. Terwijl je daar met zijn allen toch weer van kunt profiteren. Je ziet dat men vooral bezig is de zaak draaiende te houden. Logisch, want er moet eerst brood op de plank komen. Ze zijn altijd bereid een duit in het zakje bij te dragen, maar organiseren daar moet je echt zin in hebben. Misschien dat er met de komst van wat jonge ondernemers met mooie bedrijven toch weer wat meer samenwerkingskracht ontstaat in de middenstandvereniging om zo ons dorp op de kaart te zetten bij de gasten die in Schouwen-Duiveland komen. Dat is Bruinisse zeker waard.’’